De rechter terug naar de middeleeuwen
Door: Joost van der Wegen
De positie van de rechter is niet te benijden. De omstandigheden waarin hij beslissingen moet nemen lijken een garantie voor het ontstaan van gerechtelijke dwalingen. Deze stelling is prima te verdedigen, na het lezen van Overtuigend bewijs, het nieuwe standaardwerk van hoogleraar rechtspsychologie Peter van Koppen.
Van Koppen schetst in het boek welke feiten en omstandigheden in het recente verleden hebben geleid tot verkeerde beslissingen van de rechtbank, al dan niet onder invloed van slecht politiewerk of ondermaatse beoordelingen van getuige-deskundigen. Hij laat bijvoorbeeld zien hoe bias de Belgische federale recherche was in haar onderzoek naar de parachutemoord. Els C. moest wel de moordenaar zijn, alles wat daarna kwam werd in de puzzel gepast die daarbij hoorde.
Ook beschrijft van Koppen hoe getuige-deskundigen vraagtekens moeten blijven houden. Hoeveel weten zij over hoe groot de kans is dat er in het laboratorium een fout is gemaakt?
We wisten al dat de rechter zijn oordeel velt over zaken die slechts reconstructies-bij-benadering zijn van de werkelijke gebeurtenissen. Van Koppen laat ons zien hoe politie, justitie en rechterlijke macht met een meer, of überhaupt wetenschappelijke werkwijze, die gegevens veel beter naar waarde kunnen inschatten. Werk met scenario’s, en niet alleen omdat het moet - zoals het politieteam dat plotseling 80 scenario’s op tafel had liggen, omdat de nieuwe regels nu eenmaal om die vorm vroegen - maar uit overtuiging. Ga daarna over tot falsificatie van sporen en aanwijzingen in de zaak. In plaats van dat bewijsmiddelen zo worden gekweekt vanuit het niets, vindt een deductie plaats van wat is aangetroffen op de plaats delict.
Het is de wetenschappelijke aanpak in een notedop. Maar het lijkt alsof die wetenschap nu pas voor het eerst en in volle omvang toetreedt tot het domein van politie, justitie en de rechterlijke macht. Van Koppen geeft een exacte en boeiende beschrijving van de staat waarin de strafrechtketen verkeert op dit gebied. Het is aan de rechter om het scenario van de misdaad de toetssteen te laten zijn van het bewijs, en andersom, stelt Van Koppen. Alleen zo is er een begin te maken aan een verantwoorde manier van werken. En zo bevinden we ons plotseling weer in de middeleeuwen van de strafrechtspleging. Met de rechter als laatste sluitpost, in een veld vol valkuilen.
Peter van Koppen, Overtuigend bewijs, indammen van rechterlijke dwalingen, uitgeverij Nieuw Amsterdam, 2011

