De paradoxale positie van de 'compliance officer'
Door: Antoinette Verhage
Waar de meeste strategieën ter bestrijding van criminaliteit aan publieke instellingen zoals politie of openbaar ministerie een centrale rol toebedelen als crime fighters, heeft de strijd tegen witwassen een belangrijke taak gereserveerd voor private instellingen. Bedrijven vormen immers de basis van de antiwitwasaanpak aangezien zij verantwoordelijk zijn voor het detecteren en melden van potentieel verdachte transacties. Zowel publieke als private organisaties worden zo ingezet als onderzoekers en meldingsplichtigen ten aanzien van hun klanten, personeelsleden en de transacties die zij uitvoeren.
Dit heeft er mede toe geleid dat in België een nieuwe beroepsgroep is ontstaan in het kader van de strijd tegen witwassen: de compliance officer. Hoewel de functie van compliance officer verschillende invullingen krijgt in verschillende landen, is de taak van de compliance officer bij Belgische banken voor een belangrijk deel gericht op de strijd tegen witwassen. Binnen het Belgische bankwezen zijn compliance officers immers onder andere verantwoordelijk voor de implementatie en tenuitvoerlegging van de antwitwaswetgeving binnen de bank. Intussen is sinds 2007 de compliance functie in België een wettelijk verplichte functie geworden en beschikt elke bank dus momenteel over minstens één compliance officer.
In dit boek wordt verslag gedaan van een doctoraatsonderzoek (2006-2009) naar de implementatie van de antiwitwaswetgeving in België, vanuit de invalshoek van deze centrale ‘speler’: de compliance officer.
In het onderzoek werd met name de paradoxale of duale positie van de compliance officer onder de loep genomen. Een compliance officer voert immers onderzoek uit dat niet altijd in het commerciële belang van zijn werkgever of collega’s is, en moet soms beslissingen nemen die haaks staan op de winst oriëntatie van een bedrijf. Vanuit deze veronderstelling werd de strijd tegen witwassen in het bankwezen dan ook bestudeerd.
Het onderzoek vertrok vanuit de hypothese dat de strijd tegen witwassen twee parallelle structuren heeft getriggerd: enerzijds een antiwitwascomplex, bestaand uit de publieke en private actoren die verschillende formele taken uitoefenen in het kader van de strijd tegen witwassen: toezichthouders, politiediensten, openbaar ministerie, meldpunt, publieke en private meldingsplichtigen, etc. Ten tweede zien we echter rond de strijd tegen witwassen een belangrijke commerciële markt ontstaan, waarin steeds meer aanbieders zich verdringen om diensten ter detectie, preventie of repressie inzake witwastransacties te verkopen. Dit noemden we de compliance industrie, een markt die compliance en antiwitwasinvesteringen stimuleert door het aanbieden van monitoring systemen, trainingen, blacklists, advies, etc. Met andere woorden: compliance als commercieel product.
Tussen deze twee werelden bevindt de compliance officer zich: als onderdeel van het antiwitwascomplex enerzijds, en als afnemer van diensten van de compliance industrie anderzijds. Vanuit deze paradoxale positie, gewrongen tussen de logica van een commerciële omgeving en de regelnalevende doelstellingen van zijn of haar functie, is de compliance officer een zeer interessant onderzoeksonderwerp.
In het kader van het onderzoek werd eerst een survey verstuurd naar alle Belgische compliance officers (n=74). Nadien werden ruim 30 respondenten geïnterviewd, waarvan het overgrote deel compliance officers waren, maar ook toezichthouders, politiemensen en bedrijven uit de compliance industrie. Hierbij trachtten we vooral te weten te komen hoe zij omgaan met de dilemma’s die ze tegenkomen in hun dagelijkse werk, hoe zij hun antiwitwastaken invulling geven en hoe het antiwitwassysteem in haar globaliteit functioneert.
De unieke empirische data van dit onderzoek maakten onder meer duidelijk dat het detecteren van witwaszaken compliance officers vaak voor een dilemma plaatst: wat met de ‘grijze zaken’? Is dit verdacht of niet? Zal men de zaak melden of niet? In beide gevallen kunnen er immers negatieve gevolgen zijn: er is altijd het risico dat de klant onterecht beschuldigd wordt (en dus het risico op financiële schade), maar ook bij niet-melden kan er reputatieschade zijn, er kunnen boetes opgelegd worden door de toezichthouder etc. Daarnaast gaf het onderzoek aan dat de werking van de antiwitwasketen (meldingsplichtigen – meldpunt – politie/parket) op bepaalde plaatsen haperingen vertoont, wat de efficiëntie en effectiviteit van het systeem niet ten goede komt.
Dit onderzoek geeft kortom een eerste inzicht in de compliance officer als beroepsgroep en als onderdeel van het antiwitwassysteem en toont aan dat de strijd tegen witwassen inherent verbonden is met problemen inzake publiek-private partnerships, maar evenzeer met het zoeken naar een evenwicht tussen privacy, veiligheid en proportionaliteit.
VERHAGE, A. (2011), The Anti Money Laundering Complex and the Compliance Industry. London, Routledge Taylor and Francis Group, Routledge studies in crime and economics, pp. 199 (ISBN: 978-0-415-60076-7).
Hardback, £85.00, Routledge Studies in Crime and Economics, http://www.routledge.com/books/details/9780415600767/

