Zinloos geweld (3/5): is het wel te voorkomen?

In mijn vorige twee blogs heb ik geschreven over symbolische en institutionele maatregelen rondom zinloos geweld. Bijna al die maatregelen zijn betekenisloos op het moment dat een concreet geval van zinloos geweld zich voltrekt. Er zijn aanvullende instrumenten vereist. Instrumenten waarover nog meer discussie bestaat dan de voorgaande.
Van der Vijver stelt in 1993 al dat er geen eenduidig antwoord te vinden is op de vraag hoe een einde te maken aan zinloos geweld. Er is geen blauwdruk te formuleren voor de juiste aanpak, aangezien iedere situatie anders verloopt: afhankelijk van tijd, plaats en context. Dit maakt een aanpak met oog voor de desbetreffende situatie vanzelfsprekend. De aanpak moet gericht zijn op het doorbreken van de keten van actie en reactie die tot escalatie in fysiek zinloos geweld leidt. Feitelijk moet je voorkomen dat een potentiële dader een mikpunt zoekt om zijn agressie op te botvieren.
Deze taak ligt niet in de minste plaats bij kandidaat-slachtoffers en eventuele omstanders. Beide kunnen de dader op gevolgen van zijn agressieve gedrag wijzen, zonder daarin beledigend of belerend op te treden. Eerder nuchter en vooral rustig en alert te blijven op verdere ontwikkelingen.
Voor kandidaat-slachtoffers is het bij een oplopende spanning tijd om de situatie uit de weg te gaan. Echter in de werkelijkheid zijn confrontaties soms niet te vermijden, of is er geen uitweg voor het slachtoffer. Soms is er sprake van tweezijdig geweld en draagt het slachtoffer medeverantwoordelijkheid. En dan worden slachtoffers weer dader voor hun aandeel in het incident.
Indien omstanders aanwezig zijn, dan biedt hun inmenging aanvullende mogelijkheden. Het uitgangspunt voor ingrijpen is het risico dat met het ingrijpen is gemoeid. Omstanders lopen risico en hen rest vanuit die geest drie strategische opties, namelijk niets doen, dan wel minder direct (zoals afleiden, misleiden, afschrikken of bemiddelen) of direct ingrijpen (fysiek tussenbeide komen).
Een voorbeeld van de eerste optie is de campagne om getuigen van geweld te manen het alarmnummer 112 te bellen, kenmerken van een dader te onthouden en een slachtoffer niet alleen te laten. Maar keurig het alarmnummer bellen betekent niet dat hulp voor slachtoffers op tijd komt.
Laten we het gevolg van gevallen van zinloos geweld zonder ingrijpen eens ter discussie te stellen: welke uitkomst was er geweest bij direct ingrijpen? Niet om verwijten uit te delen, maar om er lering uit trekken voor toekomstige incidenten. Is het strafbaar stellen van het niet verlenen van hulp aan slachtoffers van geweld in dergelijke gevallen de oplossing?
Dat roept in ieder geval de vraag op of het niet immoreel is van de overheid om niet voldoende op deze taak toegeruste burgers op te zadelen met een plicht tot het vervullen van risicovol gedrag. En dat staat los van de maatschappelijke verharding die een dergelijke wettelijke plicht in de hand werkt. Laten we maar niet doen dus.
Ook na het schrijven van deze derde blog blijf ik pessimistisch: is zinloos geweld wel te voorkomen? Gelukkig zijn er ook gevallen waar direct ingrijpen goed afloopt, daarover in de volgende blog meer.
Johannink
Johannink
Roy Johannink is Senioradviseur Bestuur en Veiligheid bij adviesbureau VDMMP.

