Waarom ik criminologie heb gekozen

Als kind wist ik het absoluut zeker: “Ik ga bij de politie!” Mijn vader werkte bij de politie en dat beroep leek mij fantastisch. Toen ik via school een dag met iemand mee moest lopen op het werk, leek die keuze de beste.
Maar na deze meeloopdag was ik er niet zo zeker meer van of het échte politiewerk wel iets voor mij was. Ik was nog steeds geïnteresseerd in criminaliteit, maar ik ben toch meer iemand die ergens goed over nadenkt, dan iemand die graag fysiek in actie komt.
Ongeveer een jaar later kreeg ik via de decaan op school een brochure over Criminologie. Eigenlijk wist ik nadat ik de inleiding had gelezen al zeker dat dit “mijn” studie was. Ik vraag me vaak af waarom mensen doen wat ze doen.
Waarom steelt de één als hij daar de kans voor krijgt, terwijl de ander dat zelfs niet doet als hij zeker weet dat hij niet gepakt wordt? Is het genetisch bepaald, of heeft de omgeving er de meeste invloed op? En waarom gaat de één continu de fout in, terwijl voor de ander één keer straffen genoeg is om het nooit weer te doen? En wie bepaalt wat wel en wat niet mag?
Al deze vragen bleken aan bod te komen binnen de studie criminologie. De wet bepaald wat criminaliteit is en wat niet. Zo was het een aantal jaar geleden niet strafbaar om een computer te hacken terwijl dat nu wel zo is. De wetgeving en dus ook de criminologie gaan continu mee met de tijd en dat vind ik boeiend.
Nadat ik een aantal open dagen had bezocht heb ik een proefstudeerdag gedaan in Amsterdam. Deze dag bevestigde voor mij wat ik eigenlijk al wel wist: Criminologie is dé studie voor mij, daarom ben ik in september aan mijn eerste bachelorjaar Criminologie. begonnen.

