Spetter van een joch

Op een goede dag nam Petra Het rode boekje voor scholieren voor mij mee. Eureka! Nu wist ik wat ik mankeerde. Het woord `pedofilie’ was toen immers nog geen gemeengoed. Toen ik 20 was leerde ik op de Amsterdamse Jaap Edenbaan de 11 jarige Reinoud kennen. Een meisjesachtig mooie jongen met lange blonde haren, die nog beter kon schaatsen dan ik.
Het viel hem op hoe ik vanaf een bank o.a. zijn opvallend goede technieken observeerde. Hij kwam naast mij zitten en vertelde spontaan glimlachend dat hij op ijshockey zat. Er volgde een geanimeerd gesprek en hij nodigde mij uit om een training bij zijn ijshockeyteam te komen bekijken. Wie`versierde' nou wie?
Hoe dan ook, ik was al snel verliefd en er volgde een vriendschap die 3½ jaar ging duren. Ik kwam vaak bij hem thuis op bezoek en zijn ouders stelden geen moeilijke vragen vanwege onze gemeenschappelijke hobby. Zelfs Petra vond Reinoud een `spetter van een joch', liet zij bij een gezamenlijke schaatsmiddag weten. Ik ervoer een enorme seksuele aantrekkingskracht van Reinoud op mij. Ik viel hem daarmee echter nooit lastig omdat hij mij nooit op enige wijze uitdaagde. Bovendien was hij tamelijk preuts, zoals tijdens een eenmalig zwembadbezoek bleek, waar hij een eigen kleedhokje prefereerde.
Tussen mijn 23e en 24e jaar stelde ik hem een keer aan mijn ouders voor toen ik hem ook eens naar mij thuis meenam. Op mijn slaapkamer vroeg hij me voor de zoveelste keer waarom ik toch altijd zoveel voor/met hem deed. Hij was nu 14 en ik op eigen terrein, waardoor ik besloot om hem uit te leggen dat ik van hem hield. Ik drukte mij wat ongelukkig uit door de toevoeging: ‘zoals een man van een vrouw kan houden...’
Toen ik zag dat hij in verwarring raakte zei ik haastig dat ik hem nooit iets had opgedrongen en dat ook nooit zou doen. Alles kon toch blijven zoals het was? Maar wat ik niet wist en later van Reinoud's moeder hoorde, was dat de jongen op zijn 8e, tijdens de aanleg van de ringweg A10, door enkele wegarbeiders een bouwkeet was ingelokt en verkracht... Reinoud's herinneringen aan die verschrikkelijke ervaring waren opgeroepen door mijn `liefdesverklaring'.
Ik was kapot van deze ontluisterende openbaring en schreef een berouwvolle brief aan Reinoud en diens ouders. Zijn moeder belde mij daarna op om te bedanken voor mijn openhartigheid, maar zij vertelde ook dat haar zoon de brief huilend had gelezen en daarna verscheurd. Terwijl ik dit schrijf voel ik opnieuw het verdriet en het zelfverwijt uit 1974. Het is één van mijn wonden die nooit helemaal is genezen... Reinoud zou mijn eregast zijn op de trouwdag in december van dat jaar. Zover heeft het dus niet mogen komen.
Mijn moeder ontdekte mijn emotionele inzinking na deze gebeurtenis. Vervolgens stelde ik mijn ouders eveneens op de hoogte van mijn vreemde voorkeur. Aanvankelijk hadden zij het er erg moeilijk mee maar zij accepteerden mij en de feiten uiteindelijk volledig. Op hun verzoek raadpleegde ik een vooraanstaand psychiater, die mij na 12 sessies slechts het advies kon meegeven om aan de veilige kant van de rode draad (de wet) te blijven.
(wordt vervolgd)
Pijnboom
Pijnboom
Crimelink laat ook mensen aan het woord die door de strafrechter zijn veroordeeld voor een misdrijf. Zo spreekt hier Ferdi Pijnboom die op dit moment in een TBS-kliniek verblijft wegens een pedoseksueel delict. Hij schetst zijn levensloop en geeft commentaar op zijn gedwongen verblijf in een Justitie-inrichting en op de aanpak van zijn behandelaars.

