Hoe (on)gehoorzaam ben jij?

Geplaatst op: 29-06-2008

Een van mijn wetenschappelijke helden is Gary Marx die zegt: 'write all the time, everywhere on anything'. Van tijd tot tijd ploeg ik terug in mijn aantekenboekjes en herkauw ik iets. Vandaag: 'gehoorzaamheidsmisdrijven'.

Mijn vertaling van een briljante titel en een prachtig boek Crimes of Obedience uit 1989. Een boek over onveilige en ongehoorde praktijken door ambtenaren, militairen, ondernemers, werknemers en wetenschappers - u en ik eigenlijk - in een organisatorische context.

Het eerste hoofdstuk reconstrueert de dramatische gebeurtenissen in Vietnam in 1967 waar een Amerikaanse legereenheid oude mannen, vrouwen en kinderen in het dorp My Lai uitmoordt.

Gehoorzaamheidsmisdrijven beginnen met orders en bevelen, maar deze zijn vaak vaag en voor allerlei uitleg en interpretatie vatbaar. En, in de overdracht naar lagere hiërarchische niveaus vindt verdere verdunning plaats. Uiteindelijk was het die ochtend in My Lai, in de woorden van de Cole Porter song: 'Anything Goes'.

Vuile handen in een organisatorische context zijn wijdverspreider dan dit dramatische voorbeeld. Vuile handen worden ook gemaakt in productieprocessen (dumping van milieuafval; onveilige producten op de markt); in de opsporing (o.a. door valselijk opgemaakte processen-verbaal); handeldrijven (prijsafspraken, woekerpolissen) en het ambtelijk apparaat ('smeer- en fêteercultuur', zoals beschreven in de bouwfraude).

Ook in Yab Yum draaide men 'Anything Goes'.

Wat het boek sterk maakt is de zakelijke analyse van de sociaalpsychologische mechanismen die het mogelijk maken dat in wezen nette, goed opgeleide, godvrezende en anderszins moreel gedreven vaders, moeders, broers en zussen, vrienden en relaties van ons, hun mond houden over organisatorisch wangedrag. 

Zij maken zich schuldig aan gehoorzaamheidsmisdrijven. Zij hebben weet van handelingen die tegen de normen van buitenstaanders ingaan. Of zijn medeplichtig. Het kan gaan om juridische normen zijn, of morele normen. Binnen de organisatie wordt gehoorzaamheid geschraagd door interne normen. Dat gebeurt door (in)formele socialisatie, actieve en passieve steun van directe collega's en actieve en passieve steun van organisatorische elites.

Op verschillende niveaus van publieke en private organisaties bestaat kennis over de vuile handen die de organisatie maakt. Gelijk de drie aapjes waarvan de een het niet ziet, de ander het niet hoort en de derde niet wil praten, is sprake van gehoorzaamheidsmisdrijven.

Deze gehoorzaamheidsmisdrijven en de sociaalpsychologische barrières binnen organisaties werpen een ander licht op de deze dagen lopende discussies over tegenspraak in de opsporing (om tunnelvisie te voorkomen); meldprocedures in organisaties en de instelling van vertrouwensfunctionarissen, of bijvoorbeeld de discussie over klokkenluiders die onder andere door de Stichting Maatschappij, Veiligheid en Politie (SMVP) wordt gevoerd.

Ik ben een groot voorstander van al deze ontwikkelingen, maar Crimes of Obedience wijst op de ongelofelijk weerbarstige werkelijkheid. De boodschap van de auteurs is - vertaald naar de actualiteit - dat beleid, procedures en mooie powerpointpresentaties over transparantie, ethiek, tegenspraak, corporate governance, klokkeluiders, inspraak- en medezeggenschap steeds bevochten moeten worden.

Zij schrijven ook een hoofdstuk over de plicht ongehoorzaam te zijn: wat weet jij van organisatorisch wangedrag en hoe (on)gehoorzaam ben jij?


Hoogenboom