Een valse start

Geplaatst op: 26-04-2010

Drieëneenhalf jaar jong en behept met een zware vorm van astmatische bronchitis, overgehouden van dauwworm (eczeem als heftige allergische reactie op ingeademde en/of geconsumeerde stoffen). Zo begon mijn jeugd in de kleuterfase in 1953. Een slechte start bij het bewust worden van de wereld om je heen, als je net aardig begint te lopen en te praten.

Volgens de overlevering was ik een lief en knap jongetje met blonde krullen, waar de mensen hun hoofd voor in de kinderwagen staken als mijn moeder met me over straat liep. Misschien kreeg ik wel astma van alle slechte adem... Ik werd opgenomen in astma-centrum ‘Oud-Bussum’ in de gelijknamige plaats in het Gooi. Na enkele maanden werd ik teruggehaald wegens heimwee.

De enige herinnering aan het verblijf in het sanatorium is die aan de heel aardige tuin- & klusjesman meneer Luster. Waarom weet ik eigenlijk niet.

Daarna volgen er tot mijn 11e een aantal jaren van veelvuldig schoolverzuim door astma-aanvallen met hevige benauwdheid en vele doktersvisites, pillen, poeders en drankjes, Multergan- & Isoprenalin injecties, alsmede diverse ziekenhuisopnames. Daarbij werd ik enkele keren met een dubbele longontsteking van huis gehaald met een ambulance omdat ik dreigde te stikken wegens zuurstofgebrek.

Het laat zich raden dat ik mijn klasgenoten weinig zag. Gevolg: weinig aansluiting met leeftijdgenoten, weinig deelname aan sport en gymnastiek en niet mee naar schoolzwemmen, maar wel veel tijd om thuis achter de ramen te zitten piekeren (filosoferen) en de kinderen te observeren in hun spel op straat, die in de jaren '50 nog van de jeugd was en waarmee ik ook (te) weinig contact had.

De kleuterschool was trouwens ook aan mij voorbij gegaan, zodat de op die leeftijd zo belangrijke handvaardigheden (plakken, knippen, vouwen en tekenen e.d.) achterwege bleven. Ik ontwikkelde mij als een rustig, ietwat teruggetrokken kind, met een gevoelige aard en voor zijn leeftijd vroegwijs door al het gepeins.

Een extra probleem was nog het bedplassen. Mijn ouders waren zorgzaam en liefdevol, al werkte ik vooral mijn vader op zijn zenuwen met mijn regelmatig terugkerende ademnood. Hij kon er niet tegen om machteloos te moeten toezien en hij wás al zenuwpatient door gebeurtenissen in de oorlog (joodse familie) waarvoor hij bij een neuroloog liep.

Mijn moeder compenseerde mijn ellende mateloos en verwende mij in alle opzichten. Als kasplantje kreeg ik bijna alles wat mijn hartje begeerde. Het is ook voorgekomen dat mijn moeder mij 's nachts in de vrieskou achterop de fiets zette en mij met een zware aanval naar de huisarts bracht die mij in zijn pyjama een spuitje toediende voor (tijdelijke) ‘opluchting’.

(wordt vervolgd)

Pijnboom

Pijnboom

Crimelink laat ook mensen aan het woord die door de strafrechter zijn veroordeeld voor een misdrijf. Zo spreekt hier Ferdi Pijnboom die op dit moment in een TBS-kliniek verblijft wegens een pedoseksueel delict. Hij schetst zijn levensloop en geeft commentaar op zijn gedwongen verblijf in een Justitie-inrichting en op de aanpak van zijn behandelaars.