DSB en het standbeeld voor jezelf

Toen de Nederlandsche Middenstandsbank (NMB) in de jaren tachtig van de vorige eeuw haar nieuwe, spraakmakende hoofdkantoor in A’dam-Zuidoost bouwde, werkte ik daar als beveiligingschef van harte aan mee.
En de periode dat ik in dat nieuwe, o-zo-mensvriendelijke gebouw werkte, deed ik dat ook met veel plezier. Weliswaar struikelde het bankpersoneel voortdurend over de architectuur-toeristen die van heinde en verre op het mirakel afkwamen, maar je had toch maar mooi deel aan dat bouwwonder.
Tegelijk begreep ik ook dat het spoedig met de ‘NMB’ afgelopen zou zijn. Want de geschiedenis heeft vaak genoeg laten zien dat wanneer men een standbeeld voor zich zelf opricht, het toekomstig verval al is ingetreden.
Eerst het mentale verval en als men pech heeft, ook de bedrijfseconomische déconfiture daarna. Of men nu een natuurlijke persoon, een raad van bestuur of een president van een natie is, dat maakt niet uit.
En of men nu een museum, een stadion of een kantoor laat bouwen en dit naar zich zelf noemt, of een extreem bouwwerk als bedrijfslogo inzet, het is altijd het begin van het einde.
Bij de NMB betrof het natuurlijk dat prachtige, concessieloze antroposofische gebouw dat meer was ontsproten aan de hobby van enkele leden RvB, dan aan de behoefte van de werkorganisatie. En inderdaad, vijf jaar na de intrek in het nieuwe hoofdkantoor verdween het merk ‘NMB’ en werd het ‘ING Bank’.
Het lot laat zich niet genadeloos tarten.
In Dirk Scheringa en zijn DSB-imperium zie ik hetzelfde verhaal, maar dan met de desastreuze afloop, een failliete boedel.
Op het moment dat men een standbeeld voor zich zelf opricht, is er in de hersenpan een schakelaar omgezet. De hoogmoedige denkt dat hij eeuwigheidswaarde heeft en wil dat grondstoffelijk verzekeren door zijn naam in stenen te metselen.
Alle denken gaat vanaf dat moment echt anders. Men is zich van zijn bijzondere heiligheid bewust, waardoor alle - dagelijkse - vraagstukken er anders uitzien. Die daardoor steeds een andere uitkomst krijgen dan voorheen. Kritiek op de eigen persoon of handelswijze wordt niet meer geduld; men omringt zich met een cordon van ja-knikkers en men wil eigenlijk alleen nog maar massaal worden toegejuicht.
Zie de beelden van Scheringa in dat rode voetbalhemd, terwijl hij de ovaties in ontvangst neemt bij het landskampioenschap van AZ vorig jaar. Terzijde: heb je nog tijd voor je core business, als je een museum, een voetbalclub, een stadion en sportsponsorgedoe moet bestieren.
En de ’toezichthouders’ dan? Zijn die niet geëquipeerd om dit soort - toekomstige - uitglijpartijen tijdig op te merken? Het antwoord luidt: niet in de huidige samenstelling. Accountants die je in die wereld overmatig tegenkomt, zijn nuttig als het om de pure cijfers gaat, maar dat is het dan.
Want met die cijfers kun je alle kanten uit. Beter zijn multidisciplinair samengestelde toezichtteams, die met elkaar en vanuit ieders competentie het wel en wee van de financiële instellingen volgen.
Soms heb je meer aan een historicus met psychologisch inzicht dan aan een bêta-analyticus met een MBA-opleiding. Van die laatste hebben wij er echt veel te veel en van de eerste horen wij te weinig.
Barneveld
Archie Barneveld is hoofdredacteur van Crimelink Magazine.

